Er wordt uitgegaan van drie principes:
* zelfstandigheid
* vrijheid (verantwoordelijkheid)
* samenwerken
Deze principes vormen de rode draad in de manier van werken en het omgaan met de leerlingen.
In de praktijk betekent dit dat de kinderen voor een groot deel zelf kunnen bepalen in welke volgorde zij de basisstof doorwerken. Deze stof, de zogenoemde taak, kan voor een deel in samenwerking of met hulp van anderen worden gemaakt. Doel is dat alle leerlingen de basisstof verwerken en dat zij van de verdiepingsstof zoveel maken als binnen de grenzen van hun vermogen ligt. Het werken aan de taak gebeurt tijdens de “Daltonuren”. Instructie vindt zowel klassikaal als individueel plaats.
Door het toepassen van deze werkwijze kan een leerkracht ieder kind zoveel mogelijk begeleiden op zijn of haar niveau.
De grootte van de taak neemt toe, naarmate de leerlingen langer op school zijn. Zo wordt in de onderbouw gewerkt met taken van bijvoorbeeld een uurtje per dag. Dit loopt op tot een weektaak in de bovenbouw, waar enkele uren per dag aan gewerkt wordt.
De kinderen worden naar leeftijd en vorderingen gegroepeerd in jaarklassen , de leerperiode wordt ingedeeld in leerjaren en de stof in jaar-pakketten.
Afhankelijk van het leerjaar wordt de stof opgedeeld in dag- en/ of weektaken.
Binnen een groep zijn er uiteraard verschillen in aanleg, interesse, tempo en niveau. Hiermee wordt terdege rekening gehouden.
Tijdens de “Daltonuren” kunnen kinderen extra aandacht van de groepsleerkracht krijgen.
Voor leerlingen die speciale begeleiding nodig hebben, worden de intern begeleider en de remedial teacher van de school ingeschakeld. Dat betekent dat deze kinderen extra aandacht krijgen op die punten waar zij deze hulp nodig hebben.
Snelle en meer begaafde leerlingen krijgen extra werk aangeboden als zij klaar zijn met hun taak. Ook daarbij kan extra begeleiding plaatsvinden.